Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg

Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg

Vanaf januari 2017 is door Zorginstituut Nederland het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg vastgesteld. Dit document beschrijft wat cliënten en hun naasten mogen verwachten van goede verpleeghuiszorg. Het geeft zorgorganisaties aanbevelingen, handvatten en vereisten om te leren en te verbeteren, en het vertrouwen in de verpleeghuiszorg te herstellen. Dat is nodig, want de verpleeghuiszorg is de afgelopen jaren sterk veranderd vanwege de toegenomen zorgzwaarte door hoogcomplexe zorgvragen van cliënten. Het verbeteren van zorg door álle partijen staat daarbij centraal, vanuit de focus op Persoonsgerichte Zorg. Zorgprofessionals die hun cliënten het beste kennen, krijgen door dit Kwaliteitskader daarvoor ruimte. Leren en ontwikkelen is daarbij belangrijk en zorgorganisaties moeten daarvoor de voorwaarden scheppen. Dit is niet vrijblijvend; de Inspectie IGZ zal hierop gaan toetsen en handhaven.

Meer weten over dit belangrijke Kwaliteitskader? Lees het op de > website van Zorginstituut Nederland > waar je het document kunt downloaden. Ook op de > website van ‘Waardigheid en Trots’ > is uiteraard te lezen over dit Kwaliteitskader. Dit betekent dat ook het toezicht van de Inspectie IGZ is veranderd: er wordt getoetst volgens deze nieuwe normen. Je leest er meer over in een volgend artikel op onze Kennisbank:

Een van de vereisten van dit Kwaliteitskader is dat binnen de Verpleeghuiszorg wordt uitgegaan van Persoonsgerichte Zorg. Dit houdt onder andere in dat zorgmedewerkers de cliënt kennen, weten waar gedrag vandaan komt en oorzaken kennen van onbegrepen (probleem veroorzakend) complex gedrag. Zij kunnen vervolgens de juiste psycho-sociale interventies toepassen toepassen voordat escalatie plaatsvindt. In plaats van het fragmentarisch symptoom bestrijdende aanpakken van het gedrag zelf of het toedienen van psychofarmaca. Verwacht wordt dat teams een gedegen analyse maken van het gedrag met nagaan van oorzaken op lichamelijk, psychisch en sociaal gebied zoals de levensgeschiedenis, de bejegening van medewerkers, vrijwilligers en familie, en de omgevingsfactoren.

Uit het toezicht van de Inspectie blijkt dat de deskundigheid van de zorgverleners niet met het complexer worden van de zorg is meegegroeid. Bij veel instellingen blijft scholing steken op cursussen voor bijvoorbeeld agressie. Hierdoor ligt het accent bij de deskundigheidsbevordering teveel op symptoombestrijding, zonder dat er gekeken wordt naar onderliggende oorzaken voor het gedrag van een cliënt. Scholing van zorgverleners moet volgens de Inspectie gericht zijn op het tijdig signaleren van veranderingen in het gedrag van cliënten, op het op creatieve wijze omgaan met gedrag en op het proactief inspelen op complexe situaties. Dit betekent voor de scholingen van het ZorgCollegeLimburg dat de nadruk veel meer komt te liggen op het herkennen van complex gedrag, het analyseren van oorzaken daarvan en het leren toepassen van diverse psycho-sociale interventies. Wij hebben onze scholing ‘Omgaan met Onbegrepen Gedrag van Bewoners met Dementie’ daarom herschreven naar ‘Herkennen van en Omgaan met Complex Gedrag in de Ouderenzorg’. Verder constateren wij dat het aantal fysieke incidenten rondom met name cliënten met een psychiatrische zorgvraag sterk toeneemt. Wij hebben onze training ‘Fysieke Agressiepreventie’ aangepast aan deze bewoners met psycho-geriatrische en psychiatrische hulpvragen: ‘Omgaan met Fysieke Agressie voor Verpleeghuisafdelingen’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *